Search | Login 
Sunday, December 17, 2017 Home > Copywriting > Rapport
 Rapport

Vrijwill 200.jpg

Onvoltooide toekomst - Trendrapport vrijwilligerswerk 2002
Instellingen die met vrijwilligers werken kunnen voor advies en begeleiding leunen op de Nederlandse Organisatie Vrijwilligerswerk (NOV) en de stichting Vrijwilligers Managament (sVM). Met enige regelmaat brengen deze twee organisaties een trendrapport uit.

In 2001 stelde een speciale Trendwatch Commissie zeven grote maatschappelijke ontwikkelingen vast. Mij werd gevraagd een journalistieke vertaling te geven van de enorme berg data die beschikbaar was. Ik heb de cijfers en statistieken gekleed in korte sfeertekeningen en interviews met meer of minder bekende trendwatchers.

Hieronder een voorbeeld; een interview met Ruben Gowricharn, hoogleraar sociale cohesie en transnationale studies aan de Katholieke Universiteit Brabant en verbonden aan het Verwey-Jonker Instituut.

Niks is zo doods als monocultuur

“Nederland heeft last van een zuilensyndroom”, vindt Ruben Gowricharn, hoogleraar multiculturaliteit aan de Katholieke Universiteit van Brabant. “Een krampachtigheid, een hardnekkig eczeem; de onrealistische angst dat ‘de anderen’ zich afzonderen. Dat ze in hun getto’s hun eigen leven leiden, in plaats van te integreren in onze mooie veelkleurige samenleving. Dat suggereert dat we allemaal hetzelfde leuk vinden en alles samen willen doen. Nou, het spijt me, maar ons land ís niet één groot gezellig dorp.”

Twee uiterste scenario's

Volgens Gowricharn zijn er twee uiterste situaties denkbaar voor een samenleving die bestaat uit groepen van zeer diverse culturele afkomst. In de ene situatie leeft elke groep sterk op zichzelf, afgezonderd van de andere. Geen onderlinge contacten, geen uitwisseling van kennis, opvattingen of waarden. Het andere uiterste is de melting pot; een homogene cultuur waarin alle oorspronkelijkheid is verdwenen.

“Platgeslagen cultuur”, noemt Gowricharn het. En hij signaleert in Nederland een sterke neiging, zowel bij bestuurders als bij de man in de straat, naar een uniforme samenleving. Hij verklaart dat uit een afkeer van de verzuilde maatschappij; het Nederland van de jaren vijftig en zestig in de vorige eeuw. “Groepsvorming noemen we nu segregatie, apartheid, en daar gruwen we van.”

Noch de melting pot, noch segregatie zijn echter realistische scenario’s voor Nederland, meent de hoogleraar multiculturaliteit. De melting pot botst met het groepsdierkarakter van de mens. “We hebben allemaal behoefte aan een eigen groep, een eigen milieu. Een homogene cultuur is bovendien tegen onze grondwet, pluraliteit zit in ons bestel gebakken. En dan gaat het niet alleen om vrijheid van religie, maar ook in diversiteit in leefwijze. Zo is ook het humanisme van de grond gekomen.”

Het andere scenario, segregatie, is evenmin haalbaar. “Nederland is er gewoon te klein voor. Je kunt je niet, zoals bijvoorbeeld in dunbevolkte streken van de VS, afsluiten van andere groepen. In dit land kom je elkaar altijd tegen. Geen enkele club is er hier ooit in geslaagd zich echt af te zonderen. De Molukkers hebben het geprobeerd, maar uiteindelijk zijn de jongeren er tussenuit getrokken. Zoals de jongeren ook wegtrekken uit besloten agrarische gemeenschappen.”

Er is dus niks mis met groepsvorming, vindt Gowricharn, temeer daar de groepen in onze samenleving – anders dan in de zuilentijd – zeer open zijn. “Bovendien sterk heterogeen van binnen en allemaal weer verschillend van elkaar. Oók de allochtone groepen, waar je een grote variatie van verwestering ziet. De Nederlandse maatschappij van nu kun je betitelen als een bonte verzameling van subculturen.”

Mensen in hun waarde laten

Om die verzameling te willen verstampen tot hutspot, uit angst voor gettovorming, is in feite een intolerante houding, zegt Gowricharn. “Als puntje bij paaltje komt, zijn wij als autochtone Nederlanders zeer directief naar allochtonen toe. Wij hebben de neiging om ze te vertellen wat goed voor ze is en dat komt autoriteit over. Slecht voor het wederzijds vertrouwen. Als we eens wat losser met regeltjes zouden kunnen omgaan, stigmatiseren we niet, laten we ‘vreemdelingen’ in hun eigen waarde.”

Hij noemt het voorbeeld van de wethouder in Almere die voorstelde om etnische groepen de kans te geven bij elkaar te wonen in bepaalde stadsdelen. Grote verontwaardiging alom; dat was het blokkeren van de integratie. Gowricharn noemt het juist een ‘interessant experiment’. “Zulke groepen zijn veel te klein om voor gettovorming te hoeven vrezen. Als mensen graag bij elkaar wonen, moet je ze dat gunnen. Brabanders doen het in Den Haag, Hollanders op de Spaanse campings; heel normaal allemaal. De ene groep heeft er meer behoefte aan dan de andere. Creolen bijvoorbeeld mengen juist weer graag, terwijl Turken een zeer sterk besef van eigenwaarde hebben.”

Gowricharn is niet alleen theoretisch, maar ook ervaringsdeskundige. Hij werd geboren in Suriname, is dus Nederlander, maar met een donkere huidskleur en een Hindoestaanse achtergrond. Hij komt uit een samenleving waar al enkele eeuwen Indianen, Creolen, Hindoestanen, Chinezen en blanken samen de maatschappij vormen.

“Elke etnische groep heeft zijn eigen preferenties. Het heeft geen zin om daar één grote familie van te willen maken. Om per se alle dingen samen te doen. Ik wil zelf kunnen bepalen wat ik met anderen doe en wat niet. Het leven in Nederland is zó absorberend, voor iedereen, dat we zelf willen beslissen over hoe we met onze schaarse vrije tijd omgaan. Voor verreweg de meeste mensen komen dan, na het werk, toch het gezin en de familie op de eerste plaats.”

“Als we dan nog tijd hebben om in clubjes of verenigingen actief te zijn, dan hoeven we daarbinnen allerminst een afspiegeling van de samenleving te vormen. Je vindt nu eenmaal niet in elke groep evenveel mensen die van biljarten houden, geïnteresseerd zijn in bijbelstudie, exotisch willen leren koken of graag willen knotten. Een gezonde multiculturaliteit is niet iets wat we kunnen afdwingen met maatregelen.”

“Laat de dingen maar gaan, verbied niet teveel, stuur alleen bij als het nodig is. We hebben ons zo druk gemaakt over Islamitische meisjes die thuis gehouden werden. Toevallig is het wel de groep die de grootste vooruitgang in het onderwijs boekt.”

Arbeidsmoraal moet losser

Waar Gowricharn zich écht over druk maakt is het nieuwe arbeidsethos in Nederland. “We zijn wel trots op ons goeie zekerheidsstelsel, maar werkloosheid wordt niet gepikt. Iedereen moet hoe dan ook de arbeidsmarkt op. Dat is een moraal die niet is toegesneden op de diversiteit aan culturen. Als we variatie in onze samenleving willen respecteren, dan ook de verschillen in arbeidsmoraal. Dat opgeklopte arbeidsethos maakt zorgstructuren kapot en zet mensen onder grote druk.”

Het recept voor een stabiele en plezierige multiculturele samenleving bestaat volgens Gowricharn uit drie ingrediënten: “Vuistregels, verschillen en een losser arbeidsethos. Wat het laatste betreft: we roepen de laatste jaren steeds meer ‘regel is regel’. Maar we zouden juist wat meer moeten kunnen variëren. Dus vuistregels in plaats van onwrikbare regels. Over verschillen: daar krijgen we direct buikloop van. We kunnen maar beter voor lief nemen dat we niet uniform zijn. En dat strenge arbeidsethos moeten we laten schieten, omdat we er mensen soms doodongelukkig mee maken en ze vervreemden van zichzelf. De stroom naar de WAO is daar deels een product van.”

En het vrijwilligerswerk, wat moet dat met onze diversiteit? “Vrijwilligerswerk is complementair aan werk en gezin. Ze zijn – in brede zin – alledrie onontbeerlijk. Wat ik vind over het multicultureel samenleven geldt dus net zozeer voor het vrijwilligerswerk.

 



Copyright (c) 2017 René de Vos Editing