Zoeken | Inloggen 
zondag 17 december 2017 Home > Copywriting > Magazine
 Magazine

`

Yacht 200.jpg

Dit is Yacht. Interview met ondernemer Marc Schröder voor het corporate magazine van detacheringsconcern Yacht. Onderwerp: het succes van onbemande benzinestations.

Tango in Benzineland

Shell doet het, Esso doet het en zelfs de ANWB doet het: onbemande benzinestations exploiteren. Maar deze nieuwe markt werd ontgonnen door het kleine Petroplus dat in 1999 de eerste Tango-tankstations opende. En de machtige olieconcerns? Die reageerden aanvankelijk honend. Oprichter en Tango-directeur  Marc Schröder stroopte zijn mouwen op en maakte deze innovatie tot een succes.

Zijn vader, Martin, was de oprichter van Martinair; tóen een nieuw concept in de luchtvaart. Marc is op zijn 32-ste directeur van Tango; het meest succesvolle concern in de gloednieuwe markt van onbemand tanken. De familie heeft kennelijk pioniersgenen.
“Nou... ik ben natuurlijk wel grootgebracht in een sfeer van ondernemen. Daar pik je onherroepelijk iets van op. En ik wist al vrij vroeg dat ik geen wetenschapper of manager wilde worden. Ik zou ofwel zelf iets opzetten, ofwel bij een kleine, snelgroeiende onderneming gaan werken.”

Zo is het ook gegaan, al wist hij niet dat hij zelf die snelgroeiende onderneming zou opzetten. “Ik werkte als management trainee bij Petroplus, een groot concern dat ruwe olie inkoopt, bewerkt en de eindproducten zoals benzine doorverkoopt aan de bekende maatschappijen. Ik kreeg allerlei klussen, en die deed ik kennelijk goed, want ik kwam bovendrijven. Een lid van de Raad van Bestuur vroeg me toen om een plan te maken hoe we zelf in de retailmarkt zouden kunnen stappen. De overheid had immers aangegeven dat ze wel meer spelers op de benzinemarkt wilde zien.”

Hoon

Het concept van onbemande stations, waar de particuliere automobilist wel twaalf cent per liter goedkoper kan tanken, is van Petroplus. Maar Marc Schröder bouwde het uit tot Tango, nu met ruim vijftig stations onbetwist marktleider. Het is de verdienste van Schröder (‘En mijn hele team!!’) dat de benzinemarkt uit twee delen is gaan bestaan: het bemande deel voor leaserijders en grootverbruikers als vrachtwagenchauffeurs, het snelgroeiende onbemande deel voor de particuliere ‘prijsrijder’.
De grote maatschappijen hoonden het idee van Tango aanvankelijk weg. Toen de eerste stations heel succesvol bleken begonnen ze het kleine bedrijf dwars te zitten door lokaal prijsstunten. Maar met de hete adem van de NMa in de nek was dat weinig succesvol. Uiteindelijk besloten Shell en Esso met een eigen variant mee te liften op het succes van Tango. Zó ver te komen met tegen de stroom in te roeien; dat heeft Marc Schröder ongelooflijk veel genoegen gedaan.

Vieze handen

“Het is fantastisch, niks is leuker. Ik erger me dood aan de arrogantie waarmee grote concerns kunnen opereren. Dat volslagen gebrek aan vooruitstrevende initiatieven, dat ophalen van de neus voor echt pionieren. Hoe zoet is het dan om te zien dat ze hun positie moeten bijstellen omdat wij met opgestroopte mouwen zijn gekomen waar we gelóófden te kunnen komen.”

Van die opgestroopte mouwen meent hij letterlijk. Een belangrijk deel van het succes van Tango is toe te schrijven aan Schröders inspanning om op elke locatie de afspraken met contractnemers en regelgevers zelf te onderhandelen; want op geen twee locaties is de situatie gelijk. Daarnaast werkt Schröder met een team waarin niemand een vaste positie heeft: iedereen kan directiesecretaresse zijn. Maar ook invalkracht die vlak voor de opening van een nieuw station nog loopt te slepen en te poetsen en vieze handen maakt, Schröder niet uitgezonderd.

Procentjes pikken

Tango is iets over de helft van haar einddoel; bij ongeveer honderd stations voor allevier de spelers in deze markt ‘is de niche gevuld’. Dan begint het echte knokken met elkaar; wie pikt een paar procent van wie? Marc Schröder zal daar niet aan meedoen.
“Tegen die tijd stap ik op. Ik ben niet geschikt voor dat werk. Daar heb je managers voor nodig. En ik ben geen manager. Ik noem mezelf liever entrepreneur. In een managersfunctie zou ik te snel verveeld raken, niet secuur genoeg zijn, te weinig geduld opbrengen. Ik verlang naar vernieuwing, naar groei. Ik wil almaar vooruit.”



Copyright (c) 2017 René de Vos Editing