Zoeken | Inloggen 
zondag 17 december 2017 Home > Journalistieke producties > Onderzoek
 Onderzoek

ECHAMP pag 22-23.jpg

The Science Base of Homeopathic and Anthroposophic Medicine – Over 200 years of safe and effective use: journalistieke studie in opdracht van ECHAMP. Onderwerp: het wetenschappelijke karakter van homeopathie. Hoofdstuk vier.

Alles, behalve placebo

Homeopathie is niet te verklaren met placebowerking; daarvoor zijn de effecten te sterk. Alledrie de grote meta-analyses die de reguliere wetenschap op de homeopathie heeft uitgevoerd leverden die uitkomst op. Vergeleken met het beroemde aspirientje is homeopathie een moderne, pragmatische en evidence-based vorm van geneeskunde.

Hoofdstuk IV
Verrassende uitkomsten van onderzoek

“Dit is echt uitstekend onderzoek, maar ik moet de uitkomst toch afwijzen; homeopathie kán immers niet!” Zo reageerde een bekende Nederlandse hoogleraar epidemiologie op de uitkomst van de meta-analyse van de Duitse onderzoeker Linde. Die analyse maakte hard dat het positieve effect van homeopathie bijna 2,5 keer zo groot is als placebowerking.

‘Placebowerking’1 was altijd de verklaring van sceptici als uit gedegen onderzoek een positief effect van homeopathie bleek. Maar uit drie spraakmakende meta-analyses is gebleken dat die ‘verklaring’ onhoudbaar is. Linde trok die conclusie met zoveel woorden aan het eind van zijn wetenschappelijk verslag (1997).

Eenzelfde uitkomst liet een jaar eerder een meta-analyse van de Europese Commissie zien. De kans dat het gemeten homeopatisch effect op placebowerking berust is 0.000036, zo luidt een van de conclusies. En ook de allereerste (1991) en meest indrukwekkende meta-analyse – die van de Nederlandse Kleijnen onderzoeksgroep – liet geen ruimte voor een andere conclusie. De onderzoeksleider werd er zelf door verrast en verklaarde dat hij het gunstige resultaat wel zou willen honoreren, ware het niet dat het werkingsmechanisme zo onacceptabel is.

Nog steeds staat dat onverklaarde werkingsmechanisme tussen de homeopathie en een aanzienlijk deel van de wetenschappers. En dat is vreemd. Want naar schatting (Bower 1998) is van de helft van alle reguliere behandelwijzen en geneesmiddelen het effect onvoldoende aangetoond of de werking niet verklaard. Het aspirientje is een beroemd voorbeeld. Maar deze behandelingen en middelen zijn wel breed geaccepteerd.

Het wantrouwen jegens de homeopathie past ook helemaal niet bij de moderne, pragmatische opvatting over de geneeskunde, die eerst en vooral evidence-based moet zijn. Als iets werkt is het bruikbaar, ook al hebben we geen verklaring voor de werking.

De drie meta-analyses hebben belangrijke zaken aangetoond. In de eerste plaats dat homeopathie – ondanks zijn vreemde karakter – met gebruikelijke wetenschappelijke methoden valt te onderzoeken. In de tweede plaats dat er al behoorlijk wat onderzoek van goede kwaliteit is gedaan. En in de derde plaats dat de overall conclusie uit alle goede studies luidt: homeopathie heeft een effect dat niet met placebowerking kan worden verklaard.

De Wereld Gezondheids Organisatie verzamelde een groot aantal onderzoeken uit de afgelopen twintig jaar. In 2005 is daarover een rapport afgerond. Ter illustratie van de kwaliteit en de resultaten worden onder meer negen klinische onderzoeken kort beschreven. Hier enkele voorbeelden.

Reilly paste in 1986 hoogverdunde pollen toe op hooikoortspatiënten. Het resultaat was in de verumgroep2 zeven keer beter dan in de placebogroep3. Fisher selecteerde patiënten op de reguliere diagnose fybromyalgia en het homeopathisch beeld Rhus toxicodendron 6C. In de verumgroep genas 25%. Jacobs gaf aan Nicaraguaanse kinderen met acute diarree zeer hoog verdunde, per individu afgestemde homeopathica. Ze herstelden met drie dagen, tegen vier in de controlegroep.

Andere duidelijke resultaten: een homeopathisch complexmiddel4 reduceert mondslijmvliesontsteking (stomatitis) na chemotherapie; een ander complexmiddel blijkt superieur aan het voorgeschreven reguliere middel bij typische duizeligheid (vertigo); Aconitum 4C vermindert postoperative agitation bij kinderen met 75%, tegenover 32% bij placebobehandeling.

Er zijn nog tientallen duidelijke voorbeelden méér van gedegen onderzoek, gepubliceerd in gerenommeerde reguliere vaktijdschriften, en met positieve uitkomsten voor de homeopathie. Een correcte omschrijving en verwijzing vraagt meer ruimte dan in dit boekje beschikbaar is. Wij hebben de gegevens daarom op internet beschikbaar gemaakt. Wie verder wil kijken en lezen gaat naar het adres www.echamp

  • 1 Effect dat ontstaat door (zelf)suggestie.
  • 2 Patiënten in onderzoek die de echte behandeling krijgen.
  • 3 Patiënten in onderzoek die een nepbehandeling krijgen.
  • 4 Samenstelling van diverse laagverdunde homeopathica.



Copyright (c) 2017 René de Vos Editing