Zoeken | Inloggen 
zondag 17 december 2017 Home > Journalistieke producties > Reportage
 Reportage

Veldman 200.jpg

Bouwen met verf: reportage in magazine Noorderland. Onderwerp: decoratieschilders Veldman & Veltman

Bouwen met verf

Bedriegsters zijn ze, Jantine Veldman en Karin Veltman. Hun reusachtige eikenhouten ladenkast bestaat uit geschilderd mdf, hun marmeren zuilen zijn van hout. Maar kunstenaressen zijn ze ook. Ze brengen kleur, licht en leven terug in donkere kerken en monumentale panden. Veldman en Veltman decoreren en restaureren de mooiste objecten in Noorderland.

Jantina, penseel tussen de tanden geklemd, kijkt opzij; “Zullen we?” Karin veegt haar kwast af, leunt even terug voor een kritische blik op haar werk en schudt dan haar hoge krullen; “Ja, lijkt me een goed moment.” Ze komen tegelijk overeind en strekken de rug. In hun wijde hemden en overalls zien ze er tegelijk stoer en toch ook heel vrouwelijk uit. Ze wisselen van plaats, bekijken met geknepen ogen een kort moment het werk van de ander en dippen dan hun penseel op het palet. Karin pakt Jantina's werk op, Jantina gaat verder waar Karin was gestopt. Dit zijn de dames Veldman en Veltman, decoratieschilders. Ze nemen een gang in een herenhuis onder handen; dik twintig meter lambrisering witmarmeren. Vaktaal voor het imiteren van sjiek marmer. Met glaceerverf, kwast en penseel.

Monumentenland

“We willen vermijden dat we onze handtekening zetten,” legt Jantina het stuivertje wisselen uit. “Deze gang moet eruit gaan zien alsof hij bekleed is met platen marmer van één partij. Karin en ik hanteren wel dezelfde techniek, maar een kenner ziet de kleine persoonlijke verschillen. Dat lossen we op door regelmatig van kistje te ruilen.” Het kistje is de zitplaats vóór het blote houtwerk dat omgetoverd wordt in flonkerend marmer.

Noorderland is een monumentenland; oude herenboerderijen, kleine dorpskerken, kloosters, herenhuizen, buitens en stadhuizen. Het is ook een land van riante moderne buitenwoningen. En al die behuizingen zijn opgesierd; naar smaak en vermogen van de eigenaar verfraaid. Met imitatie eikenhouten balken, kleurrijke goddelijke momenten uit onze geschiedenis, een bedriegelijk trompe-l’oeil of een romantisch Toscaans landschap op de muur langs het privé zwembad.

Ware kunstenaars zijn ze, de schilders die met lijnolie en pigment een simpel houten paneel veranderen in koel natuursteen, of een onaanzienlijke dichtgestuukte nis in een weelderig gedrapeerd velours gordijn. Maar Veldman en Veltman vinden zichzelf helemaal geen kunstenaars. Decoratieschilderen is een ambacht, zeggen ze. “Vroeger kon een goede huisschilder ook imiteren. Het hoorde bij je vak om kostbare hout- en steensoorten na te kunnen maken.” Van zulke oude schilders heeft Karin Veldman het vak geleerd. Jantina haalde haar kennis bij een particuliere opleiding in België.

Zoet en zuur

Het noorden van Nederland mag niet zo rijk-rooms en Bourgondisch als het zuiden zijn, het heeft een minstens zo lange geschiedenis. Handel, religie, persoonlijke rijkdom, centraal bestuur; al heel vroeg waren alle voorwaarden er om te pronken en indruk te maken, om de gelovigen aanschouwend te onderrichten en om het eigen gezag te bevestigen. Huisschilders én kunstschilders konden er goed van leven. De laatsten vereeuwigden de rijken en notabelen, hun familie en hun bezittingen. De eersten versierden de woonomgeving van de welstandigen met muurschilderingen, plafonddecoraties of de beroemde tromp l’oeils; geschilderde doorkijkjes op blinde muren. De iets minder welgestelden en de rijke vrekken staken hun zuinige geld in imitatie; de schilder maakte marmer van hout en hout van pleister. En héél soms maakte hij eikenhout van eikenhout. Toen er fors belasting op eikenhouten constructies werd geheven lieten slimme eigenaren het hout beschilderen als hout. Op schilderingen lag geen belasting.

Al die mooie ambachtelijke en kunstzinnige producten van eeuwen terug hebben stilaan ingeleverd aan kwaliteit. Houtwurm, vocht, zure regen, luchtvervuiling en nog minstens honderd andere slopende factoren staan ze naar het leven. Dat kan niemand met droge ogen aanzien. Daarom zijn er x fondsen en y spontane acties om grote en kleine monumenten voor de ondergang te behoeden. En gelukkig zijn er artiesten als Veldman en Veltman om het werk van oude meesters naar hun oorspronkelijk niveau terug te brengen. Want dat is wat de  dames vooral doen; met veel vakvrouwschap heel maken wat kapot is gegaan. Het kan een per ongeluk in de verbouwing weggebulldozerd paneeltje zijn, maar ook de aangetaste beschilderde koepel van een oude kerk. Zo’n paneeltje van goed twee vierkante meter vraagt drie uur schilderen, die koepel kost vele maanden. Het meeste werk zit in het schoonmaken en het verwijderen van verweerde vernislagen. Smerig, gevaarlijk. Dan lijken de dames meer op marsmannetjes met hun beschermende kleding en mondmaskers. “Soms gaat er veel zuur vooraf aan het zoet van de restauratie,” schertst Jantina.

Ze zijn op een rare manier in het vak beland, Veldman en Veltman. Allebei opgeleid voor maatschappelijk werk en er ook vol voor gegaan. Maar – als zoveel collega’s – op zeker moment ook zomaar afgeknapt. Ze hadden allebei heel erg de drang om met hun handen bezig te zijn. En toen kwamen ze elkaar tegen bij antiekzaak De Lange Lijs in Groningen, waar ze beiden wat bijklusten met restauratiewerk. “Je kan immers niet thuis op de bank blijven zitten,” vindt Karin. Heerlijk, al dat geknutsel, maar het decoratief schilderen lokte het meest en ze gingen opnieuw naar school, nu om zich de oude verftechnieken eigen te maken.

Ze leerden zó goed hout in marmer omtoveren dat ze ontdekt werden door restauratie-architecten. En nu, tien jaar later, behoren ze tot het heel kleine groepje top-decorateurs van het Noorden. Er zijn weinig restauraties van belang waar ze niet voor gevraagd worden. En ook steeds meer voor historisch kleuronderzoek. “Dan pellen we met een scalpel in de vingers en een chirurgen-loep op het voorhoofd een geschilderde wand af. Laag voor laag, eeuw na eeuw. Tot we door heel de geschiedenis heen zijn gegraven. De opdrachtgever mag dan beslissen welke stijl, welk tijdperk teruggebracht moet worden.”

Genieten

De koelte en het schemer van de katholieke Willibrorduskerk in Kloosterburen. Een strakke bundel stoffig licht valt door een hoog raam op het zuidwesten. Vlak daaronder zit Karin op een keukenstoel met haar gezicht naar een verweerde muur. Ze retoucheert een doekschildering in een nis. Tot voor kort was de nis aan het oog onttrokken door asbestplaten.

“Dit is genieten, als je zó kunt werken krijg je vleugels; prachtig licht, een sfeervolle omgeving, de portable cd-speler die zachtjes klassieke muziek afspeelt.”
Jantina: “Maar voor hetzelfde geld knalt er ineens een deur open, flitsen er bouwlampen aan, begint er een radio op max volume te brullen en is het rondom een drukte van belang van bouwvakkers. Dan moet je óók door. Toch het is allemaal eigenlijk even leuk, zeker als afwisseling op de grijze-cellen-inspanning die het kleuronderzoek nu eenmaal is.”

Ze mogen helemaal niet klagen over afwisseling, die dames Veldman en Veltman. Okay, die restauratie van de plafondschildering in de Nederlands Hervormde kerk van Eelde was een monsterklus; zeventig vierkante meter met wattenstaafjes schoonprutsen. Maar kortgeleden stonden ze gevelstenen op te frissen aan panden van het Armhuys Sittend Convent te Groningen. En ze zijn maar net klaar met kleurhistorisch onderzoek aan het pleisterwerk van de buitenkant van de Remonstrantse Kerk in Groningen. Een hoge post: “Dat was wel even slikken, zo’n klus op 45 meter boven de grond.”

Geen kunst

Maar over werk niet te klagen, hun orderportefeuille is goed gevuld. Karin:“Heel in het begin fleurden we nog wel eens een kinderkamer op, maar je moet grenzen trekken. Je kunt niet alles doen. Je moet alleen doen waar je het beste in bent. Veldman en Veltman zijn goed in marmer- en houtimitaties en in restauraties. Zelf mag ik dan ook nog graag tromp l’oeils maken.”

En evengoed vindt ze zichzelf geen kunstenares. “Ik heb nooit de behoefte gevoeld om een schilderij te maken. We worden wel eens gevraagd om een doek te restaureren, maar daar beginnen we echt niet aan. Dat is een heel andere wereld.” Steen en hout, dat zijn de ‘doeken’ van ambachtsvrouwen Veldman en Veltman.
“Toch zou het wel prettig zijn, als we doek konden restaureren,” bedenkt Karin. “Want als we over dertig jaar in de zestig en in zeventig zijn, dan is het misschien niet meer zo leuk om op een steiger van 45 meter hoog te staan. Ik denk dat ik tegen die tijd wel in een eigen atelier zou willen werken.”

Zover is het nog lang niet. En daarom kan Nederland – in het bijzonder Noorderland – nog een flinke tijd rekenen op de verfraaikunsten van dit unieke koppel vrouwen. Er gaat vooral veel eikenhout uit hun handen komen, want de vraag daarnaar is erg groot, vooral in het Noorden. En dus zullen Karin en Jantina nog heel wat liters glaceerverf mengen in hun eigen werkplaats te Niezijl, maar ook kurken kammetjes snijden om de bedrieglijk echte eikenstructuur in de verf aan te brengen.

Kijk je ze in hun ziel, dan zie je dat ze daar compleet gelukkig mee zijn. Maar in een kleine niche leeft een stiekeme droom. Oh, wat jeuken hun handen om iets te mogen doen aan de Groningse Martini- of de der Aakerk. Omdat het grote projecten zijn, maar vooral: omdat je er met vakgenoten zou samenwerken. “Zoveel zijn er niet, dus je wordt er altijd wijzer van.”

Op www.veldmanenveltman.nl is meer te zien en te lezen over de projecten van Jantina en Karin.

 



Copyright (c) 2017 René de Vos Editing